Zundertenaren zijn trots op hun bloemencorso. Ze geven de traditie door van generatie op generatie. ‘De baby’s krijgen bij wijze van spreken al in de wieg een hamertje om bloemen te tikken’, zegt Ineke Strouken.
Ineke is expert op het gebied van immaterieel erfgoed en ze is een groot fan van het bloemencorso. ‘Als klein meisje ging ik al kijken’, vertelt ze. ‘Elk jaar reden we vanuit Goirle met drie kinderen achterin de Opel naar Zundert. Toen vond ik het al prachtig.’

Van generatie op generatie

Om hun bloemencorso te beschermen hebben de Zundertenaren het corso op de Inventaris van het Immaterieel Erfgoed gezet. ‘Beschermen wil in dit geval zeggen: doorgeven aan de volgende generatie, en niet een stolp er overheen zetten en beperken met regeltjes’, legt Ineke uit. ‘Hier ligt een groot verschil tussen materieel en immaterieel erfgoed. Immaterieel erfgoed moet met zijn tijd meegaan.’

Materieel erfgoed is tastbaar. Het zijn gebouwen, documenten of voorwerpen die men kan koesteren, onderhouden en in hun oorspronkelijke staat behouden. Voor materieel erfgoed kan men richtlijnen en eisen opstellen, voor immaterieel erfgoed niet.

Immaterieel erfgoed is namelijk veel minder tastbaar. Het zijn tradities en gewoontes die van generatie op generatie worden doorgegeven. Dat kunnen alleen de mensen zelf doen. ‘Bij het corso staan er soms wel vijf generaties naast elkaar aan een wagen te werken’, zegt Ineke enthousiast. De jeugd krijgt de liefde voor het corso met de paplepel ingegoten. Zodra het kan doen ze mee aan het kindercorso.

Aanpassen aan de tijd

Immaterieel erfgoed heeft een kernwaarde, de gewoontes eromheen kunnen worden aangepast aan de omstandigheden en de tijd. Het ontwikkelt zich en elke generatie doet het op z’n eigen manier.

Zo ligt er een plan om het Jubel-moment te verplaatsen. Van oudsher werd de winnaar aangewezen op de Markt. De zin ‘jullie mogen stoppen’ zal misschien dit jaar nog worden uitgesproken op het Oranjeplein. Vanwege de strengere eisen voor de veiligheid is het beter om de Markt te verlaten. Daar zal elke Zundertenaar een eigen mening over hebben. Ineke: ‘Immaterieel erfgoed is van de mensen zelf, het is levend erfgoed. Daarom raakt het iedereen in Zundert.’

Als een traditie wordt vastgelegd met regeltjes en geen kans krijgt om te ontwikkelen, verwordt het tot folklore. Een voor iedereen bekend voorbeeld van folklore is de klompendans.

Top drie

‘Immaterieel erfgoed werd tot voor kort niet als belangrijk gezien’, vertelt Ineke. ‘De overheid, ministerie en gemeentes, keken eroverheen. Waarom? Omdat er geen subsidie voor werd aangevraagd.’

De laatste jaren wordt immaterieel erfgoed steeds meer op waarde geschat en wordt er hard gewerkt om het te inventariseren en te beschermen. In 2006 is aan een grote groep Nederlanders gevraagd om een top tien op te stellen van voor hen belangrijke tradities. Daar kwamen heel verschillende dingen uit en het werd een lange lijst. Op één stond het Sinterklaasfeest, op twee de boom opzetten met kerstmis en op drie Koninginnedag (nu Koningsdag).

Deze lijst staat opnieuw in de belangstelling. De vraag waar Nederland trots op is, is actueel.

Van ons

Stichting Bloemencorso Zundert heeft het erfgoed aangemeld bij het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed. In eerste instantie komt aangemeld erfgoed op het Netwerk. Hier kan iedereen zijn immaterieel erfgoed opzetten. Klein of groot, dat maakt niet uit. Het gaat erom dat het ergens geregistreerd staat. De mensen willen zo laten zien dat ze hun traditie koesteren. ‘Soms kiest men ervoor om het erfgoed juist niet aan te melden’, legt Ineke uit. ‘Dan wil men het liever niet te bekend laten worden.’

De stichting koestert het corso én wil het beschermen. Daarom is er een zorgplan gemaakt en is het, als het allereerste item, op de Inventaris geplaatst. Nederland heeft in mei van 2012 het UNESCO Immaterieel Erfgoed Verdrag ondertekend. In september heeft toenmalig staatssecretaris van cultuur Halbe Zijlstra daar tijdens het bloemencorso in Zundert een start aan gegeven.

Wie zal dat betalen?

De gemeenschap die de traditie levend houdt blijft eigen baas. De overheid heeft een rol in het behoud door mee te denken en te faciliteren. Zo maakt de gemeente Zundert het bijvoorbeeld mogelijk dat er overal tenten komen te staan en dat er ruimte is waar de wagens doorheen kunnen. Ze heft beperkende regeltjes en té strak beleid op.

Financiële ondersteuning van de overheid is meestal overbodig. Immaterieel erfgoed leeft in en door de gemeenschap. Ook het geld komt hiervandaan; plaatselijke bedrijven en particulieren zijn de sponsoren. Subsidie vragen de meeste gemeenschappen niet aan. Daar zijn te veel formulieren en regels aan verbonden en het is ook niet nodig.

Ineke geeft een voorbeeld: ‘Dan moeten de vrijwilligers door een pak papier heen worstelen om vijfduizend euro te krijgen van de overheid. En ze hebben er maar vijfhonderd nodig. Dan loopt zo iemand liever even binnen bij de bakker op de hoek en vraagt om een paar tientjes. Hetzelfde doet hij dan bij de slager en de supermarkt enzovoorts.’

Het jaar rond

In Zundert is iedereen het jaar rond bezig met het bloemencorso. ‘De ene helft werkt mee en de andere helft komt kijken’, zegt Ineke hierover.

Het begint met het kweken van de dahlia’s en het onderhouden van de velden door de Zundertse buurtschappen. De nieuwe wagens worden ontworpen en de maquettes gebouwd. In de zomer start de bouw van de wagens in grote tenten. Een paar weken voor de optocht worden de dahlia’s geoogst en op de wagens getikt. De laatste paar dagen werken de bouwers dag en nacht door. Corsoliefhebbers komen ervoor terug, ook als ze elders werken, wonen of studeren.

‘Er zit een enorm vakmanschap en kennis in. Het is ongelooflijk wat ze daar ieder jaar presteren’, zegt Ineke vol bewondering.

De eerste zondag van september is Corso-dag. De prachtige wagens trekken voorbij, tot de jury de winnaar laat stoppen op de Markt. Ineke wrijft over haar arm en merkt op: ‘De Jubel, daar krijgt zelfs een buitenstaander kippenvel van.’

De dag erna mag iedereen de praalwagens komen bewonderen en is het feest. Weer een dag later vernietigen de buurtschappen hun wagens. De Zundertenaren nemen een korte pauze en dan begint alles weer van voren af aan.

Klein en toch groots

Het corso geeft de inwoners van de gemeente Zundert een band. Het is een sociaal, gemeenschappelijk gebeuren; klein en intiem. Zeker in deze digitale tijd is dat waardevol. Tegelijkertijd heeft het corso Zundert op de wereldkaart gezet en is het groot en beroemd.

Stichting Bloemencorso Zundert heeft contact gelegd met corso’s van andere Nederlandse en Vlaamse verenigingen. Ze wisselen kennis, vaardigheden en materiaal uit.

‘In Zundert zijn ze daar heel goed in’, benadrukt Ineke. ‘Het is van de gemeenschap en tegelijkertijd mag iedereen komen kijken en wisselen ze graag kennis uit met anderen.’

Ineke Strouken is voormalig directeur bij het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed, dat is overgegaan in het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed. Na haar afscheid twee jaar geleden is zij zich onverminderd blijven inzetten voor ons immaterieel erfgoed als bestuurslid van Brabants Heem.
Immaterieel erfgoed wordt geïnventariseerd door het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed.
Het Kenniscentrum houdt zich bezig met behoud, beheer en ontwikkeling van het immaterieel erfgoed in Nederland.
Het internationale Unesco Verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Erfgoed uit 2003 heeft als doelen om deze vormen van erfgoed te beschermen, het bewustzijn van het belang van immaterieel erfgoed te vergroten en om een internationaal platform te creëren voor onderlinge samenwerking. Het meest bekend is de internationale Representatieve lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid. Hierop heeft Nederland in 2017 het ‘Ambacht van de Molenaar’ laten zetten.

Tekst: Nicolle Christiaanse
Foto’s: Jan Stads

Dit verhaal verscheen in 200% ZUNDERT Editie 3 – Juni 2019