“Carnavalsvierder in hart en nieren”

Prins Petrus Dun Eerste van ’t Aopelaand

Op het eerste gezicht oogt de 48-jarige Peter van den Bemd uit Rijsbergen wat rustig en ingetogen. Toch is carnaval bij hem in goede handen, sinds zijn achttiende is hij actief bij de carnavalsvereniging in het dorp. Ook is hij dit jaar voor de derde keer de leutvorst van ‘t Aopelaand. Alaaf voor Prins Petrus dun Eerste!

Het carnavalsseizoen van ’t Aopelaand werd geopend tijdens de Elfde van dun Elfde in de Harmoniezaal. Om precies elf over elf stapte als hoogtepunt van de avond voor de derde keer Prins Petrus uit de draagstoel. Met aan zijn zijde twee nieuwe hofdames, waaronder zijn eigen dochter Romy, kan deze carnaval niet meer stuk. „Het zit in de genen”, lacht Peter. Ook hij kreeg de maatschappelijke bevlogenheid, het ‘erbij willen zijn’, met de paplepel ingegoten. „Mijn moeder was lid van allerlei besturen en organiseerde van alles in de straat.”

Peter meldde zich op zijn achttiende aan bij de carnavalsvereniging ‘De Aopelaanders’. Daarna is hij bijna twintig jaar actief geweest binnen de vereniging, waarvan acht jaar in het bestuur. De laatste jaren verrichte hij vooral hand- en spandiensten, maar echt loslaten kon hij het niet. En toen kreeg hij een aantal jaar geleden ineens een telefoontje van de voorzitter, of hij ervoor voelde om prins te worden. Dat vond hij wel een eer. „In het geheim wordt er een afspraak gemaakt. Buiten het dorp natuurlijk, anders is het snel duidelijk”, vertelt hij. Peter bespreekt het met zijn vrouw Marieke en het besluit is snel genomen; hij doet het. „Je krijgt die kans maar een keer”, geeft hij aan. „Ik ben een carnavalsvierder in hart en nieren, dus heb ik ‘ja’ gezegd.”

Foto: Jan Stads / Pix4Profs ©

Een heel bevlogen carnavalsvierder, maar ook een betrokken prins; voor iedere vereniging, voor elke deelnemer heeft hij tijd; Peter is als prins overal bij. Soms gaat die toewijding erg ver. Vorig jaar moest hij een buitenlandse beurs eerder verlaten omdat hij anders niet op tijd bij het kindercarnaval was. „Ik heb toen een vliegtuig eerder teruggenomen. Dat moet je baas natuurlijk ook goed vinden. Dat speelt ook mee om dit te kunnen doen.” Je zou het bijna vergeten, maar de andere helft van het jaar werkt Peter ‘gewoon’. Dan houdt hij zich overwegend bezig met de commerciële binnendienst. Maar die andere helft, die staat vanaf 11 november in het teken van carnaval: het liedjesfestival, het Prinsengeburenbal, de bonte avonden. Peter: „Alles bij elkaar kost het behoorlijk wat tijd en inspanning.”

Het hoogtepunt wat Peter betreft is carnavalszondag. „Zonder alle andere aspecten tekort te doen, vind ik dit, naast de kinderoptocht op zaterdag, de mooiste dag: zonder optocht is het geen carnaval.” De dag begint al vroeg, eerst het optreden bij Baronie TV, dan terug naar Rijsbergen, wat plichtplegingen en dan de wagen op en rijden. Op zondag begint ook de vermoeidheid toe te slaan. In de weken voorafgaand aan carnaval zijn in Rijsbergen de bonte avonden; een avondvullende cabaretshow waar zo’n tweeduizend Rijsbergenaars naar komen kijken, van jong tot oud. „Als carnavalsvereniging ben je organisator en als prins heb je die avonden ook een rol. Heel erg leuk, maar ook intensief.” Dit soort activiteiten zijn steeds moeilijker vol te houden, vertelt Peter. Hij doelt op het gebrek aan vrijwilligers waar alle verenigingen tegenwoordig mee te kampen hebben. „Toch is het zo belangrijk, om iets tot stand te brengen, moet je actief zijn, bezig zijn. Als je thuis blijft zitten, gebeurt er niks.” Thuis zitten is sowieso niks voor hem, maar zeker niet met carnaval. Toen een aantal jaar geleden in Breda de grote optocht werd afgelast vanwege slecht weer, maakt Peter van de gelegenheid gebruik om met halfvasten naar Breda te gaan. „Ik heb wat verkleedkleren bij elkaar geraapt en ben in de stad carnaval gaan vieren. Dat was een hele belevenis; ik was nog nooit ergens anders geweest met carnaval”, geeft Peter aan.

Foto: Jan Stads / Pix4Profs ©

Misschien moet hij volgend jaar weer op zoek naar een andere carnavalsoutfit, want of hij na dit jaar nog prins is, weet Peter niet. Die beslissing wordt door het bestuur genomen. „Al mag ik mijn wensen wel aangeven. Het is spannend, meestal ben je hier voor drie of voor vijf jaar prins.” Mocht dit zijn laatste keer zijn, vervelen hoeft Peter zich in elk geval niet. In 2016 is in Rijsbergen het Aopelaands Genotschap opgericht; dit genootschap bestaat enkel en alleen uit oud-leden van CV De Aopelaanders. Het is, naar eigen zeggen, een opvangplek voor oud-leden die dreigen in het carnavalsloze zwarte gat te vallen na hun tijd bij de vereniging. „Als 11 november 2019 blijkt dat ik geen Prins Petrus meer ben, dan verheug ik me hier op.”