Rijsbergen maakt het bont

De Rijsbergse Bonte Avonden. Al bijna vier decennia een niet te missen jaarlijkse happening. Anderhalve week lang gonst het bij de supermarkt en de bakker. ‘Zijn jullie al geweest?’ ‘Hoe vond jij het?’ En: ‘Ssst, niks zeggen, wij gaan morgen pas.’

De showavonden begonnen ooit als een manier voor CV De Aopelaanders om extra inkomsten te genereren naast de jaarlijkse carnavalskrant. Al vanaf de eerste editie in 1981 bleek de mix van liedjes, sketches, typetjes en actualiteiten een schot in de roos. Binnen drie jaar groeien de ludieke avonden uit tot een fenomeen. Anderhalve week lang, avond aan avond, trekt de Bonte Avond volle zalen. Al jaren ligt het gemiddelde aantal bezoekers ergens tussen de 2.000 en 2.300 mensen. Niet gek voor een dorp met 6.500 inwoners.

Mark Koeken (44) en Bart Haast (48) nemen dit jaar voor het eerst gezamenlijk plaats in de regisseursstoel. Beiden begonnen ooit als lid van de spelersgroep om zich een paar jaar later ook bij de schrijversgroep te voegen. Ze redden het qua continuïteit niet van de nestor onder de spelers, Hans van Bedaf, die al vanaf de tweede serie op de planken staat. Maar toch, met respectievelijk 23 en 28 jaar Bonte Avond-ervaring lijkt de regisseursrol hen wel toevertrouwd.

RIJSBERGEN, De Bonte Avonden in Rijsbergen, repetities zijn volop aan de gang, kleding word gemaakt, regisseurs en schrijvers halen de ruwe kantjes eraf. Foto Pix4Profs/Jan Stads

Naaiclub in actie

Ze hebben er zichtbaar zin in. Begin december is het schrijfproces goeddeels klaar en de spelersgroep komt twee keer per week bijeen om te repeteren. Ondertussen zijn de dames van de naaiclub al druk in de weer om de heren- en damesacteurs straks van passende outfits te voorzien.

Herkenbaarheid is troef bij de Bonte Avonden. “Als een acteur als typetje de bühne op loopt, dan hoor je in de zaal al het geroezemoes”, zegt Bart. ”Dat is die-en-die, hoor je dan rondgaan. Zodra in de sketch duidelijk wordt om wie het gaat, volgt vaak een golf van ‘zie je wel’.”

Hoewel de herkenning van dorpsgenoten bijdraagt aan het succes, is de voorstelling ook voor buitenstaanders of recentelijk naar Rijsbergen verhuisde bezoekers, goed te volgen. “Een typetje moet van zichzelf al goed in elkaar zitten”, zegt Mark. “Ook zonder de persoon er achter te kennen, moet het leuk zijn.”

Op de korrel

Lichte satire en een beetje het randje opzoeken, dat hoort erbij. Bekende- en minder bekende-Rijsbergenaren worden met liefde op de hak genomen. Uitdrukkelijk zonder de intentie de persoon in kwestie daarbij te kwetsen. “De meeste mensen vinden het alleen maar leuk als ze zichzelf terugzien”, zegt Bart. “Maar ik heb het ooit meegemaakt dat iemand daags na een voorstelling bij me op de stoep stond. Als dan blijkt dat een bepaalde tekst of grap verkeerd valt, dan passen we dit natuurlijk meteen aan.” “We zijn er nooit op uit om mensen te kwetsen”, vult Mark aan. “En we hebben het ook meegemaakt dat we mensen flink op de korrel namen, die dit zo leuk vonden dat ze na afloop een vat bier weggaven tijdens de afterparty.”

Aan de succesformule is in bijna vier decennia weinig versleuteld. “Een van de dingen die vroeger anders waren dan nu, is dat het indertijd gedurende de week steeds kolderieker werd op het podium”, zegt Bart. “Spelers haalden geintjes met elkaar uit en dat soort flauwekul. Daar zijn we mee gestopt. We willen dat de bezoekers van de laatste avond dezelfde show voorgeschoteld krijgen als degenen die bij de première waren.”

Olympische deelname

Gevraagd naar de meest memorabele act, kijken Bart en Mark elkaar even kort aan. “Denk jij aan dezelfde sketch als ik?” Vraag Bart aan zijn compagnon. “Dat denk ik wel”, antwoordt deze instemmend. “Pieter van den Hoogenband”, klinkt het uit één mond. Bart legt uit hoe ze een kleine tien jaar geleden, in de hoogtijdagen van Van den Hoogenbands Olympisch succes, de zwemmer wisten te strikken om mee te spelen in een video-sketch. Hiervoor benaderden ze Pieters coach Jacco Verhaeren, geboren Rijsbergenaar. “We hadden een verhaallijntje bedacht waarbij ik een boertje speelde die droomde van Olympisch zwemsucces”, legt Bart uit. “Mark speelde een verslaggever. Samen reden we naar het trainingsbad in Eindhoven. We stonden daar, alle twee al verkleed, te wachten op Pieter. Ikzelf in een belachelijke zwembroek en bloemetjes badmuts. Het zág er niet uit. Toen Pieter aan kwam lopen, bleek hij van niks te weten.” De zwemkampioen toonde zich echter sportief en was direct bereidt mee te werken. Voor het filmpje moest Bart het tegen Van den Hoogenband opnemen in een rechtsreeks zwemduel, en daarbij nog winnen ook. “Pieter moest bij de opnamen bijna achteruit zwemmen om mij als eerste aan te laten komen”, memoreert Bart. “Dat werd uiteindelijk een zeer geslaagde sketch waar mensen het nog lang over hadden.”

Foto: Jan Stads / Pix4Profs ©

Toppertje

Of een bepaalde scene werkt of niet werkt, weet je als artiest vaak pas echt wanneer je deze voor een live publiek uitprobeert. Toch weten de mannen en vrouwen van de Bonte Avond door de jaren heen redelijk in te schatten wat het goed zal doen. “Een week of drie, vier, voor de voorstelling denk ik vaak te kunnen zeggen: dit wordt een toppertje”, aldus Bart. “Maar ik heb er daarbij ook wel eens naast gezeten. Dan was de sketch nog steeds niet heel slecht of zo hoor.” Mark: “Daar moet ik bij zeggen dat we ook wel heel erg kritisch op onszelf zijn. Het beste is ons eigenlijk nog niet goed genoeg.” Bezoekers aan de Bonte Avond krijgen doorgaans tien sketches en tien liedjes voorgeschoteld in een avondvullend programma. Na afloop is het elke avond gezellig na-borrelen.

In nevelen

Als we proberen te vissen naar typetjes, personages of thema’s in de voorstelling, botsen we op een muur van stilzwijgen. “Daar voorafgaand aan de première over spreken is not done”, zegt Mark. Hoezeer we ook smeken, dralen, en bidden, de inhoud van de show blijft in nevelen gehuld. Een oproep via de facebookpagina van het evenement leverde enkele suggesties op. ‘Het parkeerbeleid rond de school’, meent Jan Roks. Gillion Utens vindt dat Johan Oomen genoemd moet worden. Cindy de Peijper tipt ‘De Koperakker’. Geen van de suggesties willen de regisseurs bevestigen of ontkrachten. “Doar gao gut nou nie om! Dat is de titel dit jaar”, zegt Mark. “Daar werken we omheen.” Als we de wanhoop bijna volledig nabij zijn, geven Mark en Bart enkele millimeters toe. “Nou vooruit: we onderzoeken, onder andere, of de Rijsbergse horeca voorbereid is op de carnaval”, zeggen ze. Daar zullen we het mee moeten doen. In elk geval tot aan de première op 15 februari.

Tekst: Martijn Schraven

Dit verhaal werd gepubliceerd in 200%Zundert Editie 2.