Slingerend naar de top

Sport staat centraal in het leven van atlete Bowien Snepvangers

In augustus van dit jaar blies Bowien Snepvangers voor de zeventiende keer de kaarsjes uit op haar verjaardagstaart. Dat deed ze op de plek waar ze zich het beste voelt, haar ouderlijk huis in Klein Zundert. Hoewel studerend in de ‘grote stad’ Eindhoven wordt heel snel helder dat juist de kleinschaligheid van Klein Zundert haar aanspreekt. Het dorp blijkt ook nog over zeer goede aarde te beschikken als het over topsport gaat. Bowien werd na haar geboorte direct het buurmeisje van een andere Klein Zundertse sportheld, Jelle Nijdam. We spreken haar voorafgaand aan een van haar vele atletiektrainingen. Ze neemt ruim de tijd om ons bij te praten over haar sportieve leven.

Deze kop slaat natuurlijk niet alleen op de talentvolle jeugdatlete tegenover me aan tafel. Het is ook de prachtige naam van de Zundertse atletiekvereniging. Een club waar Bowien haar eerste stappen zette binnen de atletiekwereld. “Maar eerst moest ik mijn zwemdiploma halen”, lacht ze. Nadat ze zonder bandjes het water overwon werd het zwembad verruild voor sportpark De Akkermolen. “Wat zal ik geweest zijn, een jaar of zes of zeven. Mijn oom en tante deden aan atletiek. Dat leek me ook wel leuk en zo kwam ik bij DJA terecht. In de beginfase deed ik alle onderdelen. Dat was logisch, want ik vond ook alles leuk. Ik kan het me nu niet meer zo goed voorstellen, maar zelfs lange stukken lopen deed ik met plezier. Dat was allemaal in mijn pupillentijd. Vanaf het moment dat ik junior werd kwam het werpen van kogels en discussen in mijn leven. Bij de D-meisjes wierp ik de discus al direct over de 20 meter, goed voor een clubrecord. Beetje jammer dat het onlangs is aangescherpt, maar wel goed voor de vereniging. Binnen onze competitieploeg was ik vanaf dat moment de werpster. Het ging me goed af. Er kwamen landelijke wedstrijden en tijdens een van die topevenementen zag ik het onderdeel kogelslingeren. Dat had ik al op televisie gezien en het boeide me enorm.” Bowien opperde bij haar trainer dat zij dit mooie, maar zeer technische onderdeel, ook graag wilde oppakken. “In die tijd trainde ik al bij Niels Hanegraaf, tot op de dag van vandaag mijn trainer. Hij suggereerde dat ik voor de basis van kogelslingeren maar eens met Cees Matthijssen moest gaan praten. Cees is de trainer die mij de basis heeft bijgebracht. Het ging al snel best goed. Na drie maanden trainen werd ik al derde van Nederland. Vanaf dat moment is het mijn hoofdnummer geworden.”

Foto: Jan Stads / Pix4Profs ©

ALO Eindhoven
Naast het succesvol deelnemen aan kogelslingerwedstrijden kwam er nog veel meer sport op haar pad. Dat begon al op de KSE in Etten-Leur waar tijdens de HAVO het vak gym meer dan gemiddeld leuk werd gevonden. “Vanaf de vierde klas kreeg ik naast de reguliere gymlessen per week ook nog twee extra uren lichamelijke opvoeding via het vak BSM, dat is de afkorting van Bewegen, Sport en Maatschappij. Vanaf de vijfde zelfs drie extra uren. Na de HAVO ben ik gaan studeren aan de Fontys Sporthogeschool in Eindhoven. Ik ben daar nu eerstejaars op de ALO, dat staat weer voor Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Je wordt opgeleid tot vakleerkracht lichamelijke opvoeding. We lopen stage om te beginnen op basisscholen om daarna ook op middelbare scholen les te geven. In eerste instantie wilde ik me voor de toekomst richten op het middelbaar onderwijs, maar ik twijfel nu toch een beetje. Wellicht zijn de leerlingen op de baisschool toch wat meer gemotiveerd voor dit vak.” Het studeren aan de ALO heeft wel consequenties voor de sportvrouw uit Klein Zundert. “Klopt, ik ben per dag bijna vier uur aan het reizen. Toch wil ik absoluut niet in Eindhoven of willekeurig welke andere grote stad wonen. Hier is het gemoedelijk en kent iedereen elkaar. Het houdt wel in dat ik op mijn fiets over de nieuwe fietsbrug naar de bushalte moet rijden. Daarna met de bus naar station Breda. Vervolgens met de trein naar Eindhoven, waar gelukkig na weer een busrit een bushalte recht voor de deur van mijn opleiding ligt. Alles bij elkaar ben ik van deur tot deur 1 uur en 50 minuten bezig. Gelukkig heb ik op school een zogenaamde talentenstatus die mij het recht geeft om eerder weg te mogen. Al met al zijn het drukke weken. Op dinsdag en donderdag (de stagedagen) heb ik in ieder geval ’s avonds wat meer rust.”

Niet denken in dromen
Met haar prestaties is Bowien hard op weg naar de top, in ieder geval binnen haar leeftijdscategorie. Toch blijft ze stevig met beide benen op de grond. “Natuurlijk is mijn verste afstand tot nu, de 46,85 meter, een mooie prestatie. Maar om mee te mogen doen aan bijvoorbeeld het EK dit jaar in Hongarije was een limiet van 61 meter nodig. Ik moet nog wel wat stappen zetten. Vanaf november zit ik in de categorie A-meisjes. Dat maakt voor werpen behoorlijk veel uit. Tot nu toe slingerde ik na drie volle draaien een kogel van 3 kilo het veld in, dat wordt vanaf nu voortaan een kilo meer. Ik heb al wedstrijden gedaan met het nieuwe zwaardere gewicht en kwam al tot 38 meter. Mijn doel voor 2019 is dan ook om over de 40 meter te komen. Nee, ik denk niet in dromen over grote toernooien. Als het zover komt is het mooi. Dat geldt ook voor centrale trainingen op Papendal. Ze moeten me eerst maar zien.” Dat de prestaties van Bowien snel verbeteren dankt ze ook aan de vele tips van Erwin Suvaal uit Rijsbergen. De specialist op werpgebied geeft zijn ervaringen door aan de DJA-atlete. “In de zomer slingeren we op de accommodatie van Sprint in Breda. Daar krijg ik de beste aanwijzingen van Erwin. Die schrijf ik direct op en gebruik ze tijdens wedstrijden. In de winter slingeren we ook, maar dat doen we in het speciale krachthonk. Nee, bij DJA zijn er (nog) geen faciliteiten voor dit nummer. Het is wel een geweldige leuke vereniging. Mijn ouders lopen hard, mijn moeder binnen een loopgroep van DJA, mijn vader loopt voor zichzelf. Hij is wel altijd op de baan om bij wedstrijden te assisteren. Mijn broer voetbalt vlakbij de atletiekbaan, hij is speler van Moerse Boys.”

Leven naast de sport
Na de enorme opsomming van sportieve activiteiten en dito trainingsmomenten rijst de vraag of er ook tijd is voor ontspanning. Bowien lacht en geeft aan zeker niet als een zombie voor het kogelslingeren te leven. “Vanuit mijn HAVO-tijd heb ik veel vriendinnen waar ik mee op stap ga. Nee, dan gaan we niet uit in Zundert, maar meestal in Hoogstraten bij Highstreet. In Eindhoven heb ik een heel fijne hechte klas. Met de jongens en meiden uit die klas zijn we nog wel eens te vinden in de leukste straat van Eindhoven, het Stratumseind. Naast het af en toe stappen haal ik ook veel voldoening uit mijn bijbaantje hier in Zundert. Ik werk op zondagmiddag bij de Trekpleister in de Molenstraat. Ja, soms achter de kassa, maar ook gewoon in de winkel waar ik veelal Belgen en Polen adviseer.” Het zijn drukke weken voor de 17-jarige atlete, maar dat kan ze hebben. Blessures zijn nog niet echt belemmerend geweest. Behalve dan een vervelende kuitblessure die er voor zorgde dat er geen sprongetjes gemaakt kunnen worden. “Ja, springen en sprinten zijn onlosmakelijk verbonden aan werptrainingen. Gelukkig kon ik die blessure met een paar ondersteunende kousen van Herzog de kop indrukken.” Het is duidelijk, Bowien heeft een sterk lijf om deze zware sport te kunnen uitoefenen. Daarnaast heeft ze een portie talent meegekregen en dat samen vormt een basis voor topsport. De inspanningen moeten dan wel worden gecompenseerd door voldoende rust, maar ook daar is bij haar al het inzicht voor ontstaan. Dat is weer een onderdeel van wellicht haar beste eigenschap, een sterke mind set. “Sommige atleten zitten na een minder resultaat direct in de put, daar heb ik geen last van”, sluit ze haar verhaal af. Niet veel later is ze aan het trainen. Ze slingert zich letterlijk en figuurlijk steeds verder omhoog binnen de nationale atletiek. Bowien Snepvangers is daarmee een naam om alvast op te schrijven voor de toekomst.

Foto: Jan Stads / Pix4Profs ©

Tekst: Wouter Schelvis

Geef een reactie